ECLI:NL:RBDHA:2024:8021
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser diende op 16 juni 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 7 september 2023 werd hij toegelaten tot de nationale procedure, waardoor de wettelijke beslistermijn van zes maanden op 7 maart 2024 zou eindigen. Eiser stelde de staatssecretaris op 16 januari 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 17 februari 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen pas kan worden ingediend nadat een schriftelijke ingebrekestelling is ontvangen en twee weken zijn verstreken. Omdat de beslistermijn voor eiser pas op 7 maart 2024 afloopt, was de ingebrekestelling van 16 januari 2024 prematuur. De stelling van eiser dat de verlenging van de beslistermijn op grond van de WBV 2023/3 niet van toepassing zou zijn, is niet relevant voor de ontvankelijkheid van het beroep.
Daarom voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb en is het kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier B.A. Smit en openbaar gemaakt op 27 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.