ECLI:NL:RBDHA:2024:8033
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 17 april 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 16 mei 2024 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde aanwezig waren, evenals de gemachtigde van de staatssecretaris en een tolk.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de hoofdzaak (zaaknummer NL24.17737) is beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Er zijn geen andere omstandigheden die toewijzing rechtvaardigen, waardoor het verzoek is afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier J.A. Hessels en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist en geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn.