ECLI:NL:RBDHA:2024:8043
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beëindiging tijdelijke bescherming
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 22 mei 2024 uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van 18 augustus 2023, waarin de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid mededeelde dat de tijdelijke bescherming van verzoeker eindigt. Dit verzoek om voorlopige voorziening is ingediend nadat verzoeker beroep had ingesteld tegen het bestreden besluit.
De voorzieningenrechter overwoog dat in een gelijktijdige zaak (nummer NL23.26741) reeds op het beroep is beslist waarop dit verzoek betrekking heeft. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wordt het als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan buiten zitting en is definitief; tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Hiermee is het verzoek van verzoeker om voorlopige voorziening formeel afgewezen, waarmee het besluit tot beëindiging van tijdelijke bescherming ongewijzigd blijft.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van tijdelijke bescherming wordt afgewezen.