ECLI:NL:RBDHA:2024:8044

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 mei 2024
Publicatiedatum
28 mei 2024
Zaaknummer
NL23.26741
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbRichtlijn 2001/55/EG
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming wegens vrijwillig vertrek

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn tijdelijke bescherming, zoals bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG, werd beëindigd. De rechtbank heeft het beroep buiten zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank overweegt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat vaststaat dat eiser vrijwillig Nederland heeft verlaten. Dit impliceert dat eiser niet langer bescherming wenst in Nederland, waardoor het beroep geen kans van slagen heeft. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst erop dat partijen binnen zes weken verzet kunnen aantekenen tegen deze uitspraak. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier A.S. Hamans en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van tijdelijke bescherming wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vrijwillig vertrek.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.26741

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: R. Mandersloot).

Inleiding

In het besluit van 18 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG eindigt.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de rechtbank

1. Er kan op een beroep worden beslist zonder een zitting te houden als sprake is van een kennelijke uitkomst. Dat betekent dat de uitkomst op voorhand buiten redelijke twijfel staat. Dit staat in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Deze situatie doet zich hier voor gelet op het volgende.
2. Niet in geschil is dat eiser vrijwillig uit Nederland is vertrokken. Daaruit kan worden afgeleid dat hij niet langer prijs stelt op bescherming in Nederland. Het beroep is gelet hierop kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.