ECLI:NL:RBDHA:2024:8055
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening na beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling
Verzoeker, een vreemdeling met tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG, kreeg op 31 augustus 2023 bericht dat zijn tijdelijke bescherming zou eindigen. Hiertegen stelde hij beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de rechtbank reeds uitspraak had gedaan in het hoofdberoep (zaak NL23.26504), een voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van € 875.