ECLI:NL:RBDHA:2024:8061
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke beschermingsstatus
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 15 augustus 2023, waarin zijn recht op tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG werd beëindigd. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij in Nederland mocht blijven wonen en werken tot vier weken na de beslissing op zijn beroep.
De rechtbank heeft op 22 mei 2024 zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Dit gebeurde gelijktijdig met de uitspraak op het beroep zelf (zaak AWB 23/10113). De voorzieningenrechter zag geen aanleiding om het verzoek toe te wijzen en oordeelde dat er geen reden was voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.E. van de Merbel en griffier S.S. van der Velde en is geanonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beëindiging van de tijdelijke beschermingsstatus is afgewezen.