ECLI:NL:RBDHA:2024:8066
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen visumaanvraag
Verzoeker heeft op 6 november 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift tegen de afwijzing van een aanvraag voor een visum voor kort verblijf. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris alsnog een besluit genomen, waardoor hij aan het beroep tegemoet is gekomen. Vervolgens heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Awb bij intrekking van een beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, proceskosten kunnen worden toegewezen. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht, en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding hiervan. Daarnaast moet het betaalde griffierecht van € 184 aan verzoeker worden vergoed.
De uitspraak is zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt op 22 mei 2024. Verzoeker kan binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 437,50 en griffierecht van € 184 aan verzoeker.