ECLI:NL:RBDHA:2024:8076
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin haar tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG is beëindigd. Zij verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat in een aanverwante zaak met nummer NL23.26016 reeds op het beroep is beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot betaling van de door verzoekster gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan buiten zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875.