Uitspraak
uitspraak van de meervoudige militaire kamer van 28 mei 2024 in de zaken tussen
[eiser 1] , uit [woonplaats 1] , eiser
hierna: eisers
de staatssecretaris van Defensie, verweerder
Inleiding
mr. I. Rikhof en mr. M.A. Suwout, deelgenomen.
Overwegingen
Wat heeft verweerder besloten?
Naar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat het aan hem is om te bepalen of van deze uitzonderingsmogelijkheid gebruik wordt gemaakt. Bij de parlementaire behandeling van de Implementatiewet in het BW [8] heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aangegeven dat de implementatie van de richtlijn voor aanstellingen, zoals onder andere voor militairen is geregeld in het AMAR, is voorbehouden aan de betreffende ministeries en gewezen op de uitzonderingsmogelijkheid.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Commodore (tit) b.d. mr. P.T. Heblij (militair lid), in aanwezigheid van mr.J.R. van Veen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2024.
Informatie over hoger beroep
Bijlage
Algemeen militair ambtenarenreglement
a. in verband met aan hem te verwijten omstandigheden wordt ontheven van de opleiding;
b. in verband met aan hem te verwijten omstandigheden wordt ontheven van de functie waarvoor hij is opgeleid;
c. uit de dienst wordt ontslagen, op grond van artikel 39, eerste lid of tweede lid, onder e, ten 1e, h, j, k, l, m of n, of artikel 45.
a. voor het deel van de opleiding dat is gevolgd binnen het Ministerie van Defensie: overeenkomstig de door Onze Minister vastgestelde kosten van die opleiding per cursist;
b. voor het deel van de opleiding dat is gevolgd buiten het Ministerie van Defensie: de opleidingskosten die rechtstreeks door het Ministerie van Defensie aan die onderwijsinstelling zijn betaald;
c. de militaire inkomsten die volgens het Inkomstenbesluit militairen zijn ontvangen tijdens een:
(1) opleiding, die is gevolgd bij een externe onderwijsinstelling, met volledige vrijstelling van het verrichten van arbeid: over de werkdagen voor de volle duur van die opleiding waarop de militair is vrijgesteld van werkzaamheden en diensten als militair,
(2) opleiding, die is gevolgd bij een externe onderwijsinstelling, met gedeeltelijke vrijstelling van het verrichten van arbeid: over de werkdagen van die opleiding waarop de militair is vrijgesteld van werkzaamheden en diensten als militair, verminderd met het minimumloon over die periode, vastgesteld conform hetgeen is bepaald bij en krachtens de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag.
6. Het door de militair terug te betalen bedrag is direct opeisbaar, wanneer een omstandigheid, als bedoeld in het eerste lid, zich voordoet, en wordt in beginsel in één termijn voldaan. Onze Minister kan een afbetalingsregeling treffen.
7. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de uitvoering van dit artikel.
a. twee jaar, indien de totale kosten van de opleiding op basis van berekening vooraf tussen de € 4.000,- en € 10.000,- bedragen;
b. zes jaar, indien de totale kosten van de opleiding op basis van berekening vooraf meer bedragen dan € 150.000,-.