ECLI:NL:RBDHA:2024:8102

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 mei 2024
Publicatiedatum
28 mei 2024
Zaaknummer
NL 23 26128
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbRichtlijn 2001/55/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin de tijdelijke bescherming, verleend op grond van Richtlijn 2001/55/EG, is beëindigd. Tevens heeft zij verzocht om een voorlopige voorziening om de gevolgen van dit besluit te stuiten.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening buiten zitting beoordeeld op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Gelet op de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.26127), waarin reeds op het beroep is beslist, is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.

Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het beëindigen van de tijdelijke bescherming is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.26128

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoekster

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

Verzoekster heeft beroep ingesteld naar aanleiding van een mededeling van verweerder dat er een besluit is genomen over het einde van haar tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
In het besluit van 29 augustus 2023 is neergelegd dat de tijdelijke bescherming van eiseres eindigt.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. In de uitspraak van vandaag in de zaak met nummer NL23.26127 heeft de rechtbank beslist op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. Om die reden wordt het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.