ECLI:NL:RBDHA:2024:8116
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublinverantwoordelijkheid Spanje
Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk werd gehouden voor de behandeling van de aanvraag. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde de behandeling van het verzoek uit wegens het ontbreken van een tolk en behandelde de zaak uiteindelijk op 22 mei 2024. De rechter verwees naar een gelijktijdige uitspraak in een vergelijkbare zaak (NL24.17333) waarin op het beroep werd beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet langer nodig was.
De voorzieningenrechter zag geen aanleiding om de voorlopige voorziening toe te wijzen en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen vanwege de Dublinverantwoordelijkheid van Spanje.