ECLI:NL:RBDHA:2024:8119

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2024
Publicatiedatum
28 mei 2024
Zaaknummer
NL24.17722
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H. Hanssen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
VluchtelingenverdragArt. 3 EVRMArt. 3 Antifolterverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Duitsland

Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende op 26 maart 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in Nederland in. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag op 17 april 2024 niet-ontvankelijk omdat uit Eurodac bleek dat eiser sinds 1 november 2016 internationale bescherming geniet in Duitsland.

De rechtbank behandelde het beroep op 16 mei 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. De rechtbank oordeelde dat eiser niet heeft betwist dat hij in Duitsland bescherming geniet, maar stelde vast dat zijn argumenten dat de band met Nederland sterker is en dat hij in Duitsland slecht behandeld wordt onvoldoende onderbouwd zijn.

De rechtbank overwoog dat eiser sinds 2014 in Duitsland woonde en daar bescherming kreeg, en dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de Duitse autoriteiten hem niet kunnen of willen beschermen. De enkele stelling dat hij gedetineerd werd wegens het ontbreken van een vervoersbewijs is niet voldoende om de niet-ontvankelijkverklaring te weerleggen.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de proceskostenvergoeding af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag vanwege internationale bescherming in Duitsland.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.17722

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. A.A. Wildeboer).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser stelt van Eritrese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [datum]. Hij heeft op 26 maart 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 17 april 2024 deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 16 mei 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de staatssecretaris deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het bestreden besluit
4. De staatssecretaris heeft de aanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat uit het Eurodac-resultaat van 26 maart 2024 is gebleken dat eiser sinds 1 november 2016 internationale bescherming heeft in Duitsland. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat hij mag uitgaan van de informatie in Eurodac. De staatssecretaris gaat er op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel vanuit dat Duitsland de verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag, artikel 3 van Pro het EVRM [1] en artikel 3 van Pro het Antifolterverdrag [2] naleeft. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat Duitsland deze verplichtingen in zijn geval niet nakomt. Bij voorkomende problemen dient eiser zich te wenden tot de (hogere) Duitse autoriteiten.
Band met Duitsland
5. De rechtbank stelt vast dat eiser in beroep niet heeft bestreden dat hij in Duitsland internationale bescherming geniet. Eiser voert evenwel aan dat het voor hem niet redelijk is om naar Duitsland te gaan. De band met Duitsland is volgens eiser niet sterker dan de band met Nederland. Eiser heeft familie in Nederland wonen en de Nederlandse autoriteiten behandelen hem beter dan de Duitse autoriteiten.
6. Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser een zodanige band heeft met Duitsland dat het voor hem redelijk zou zijn om daar naar toe te gaan. Eiser heeft namelijk sinds 2014 in Duitsland gewoond en daar internationale bescherming gekregen. De enkele, niet onderbouwde, stelling van eiser dat hij familieleden in Nederland zou hebben en in Nederland beter behandeld zou worden, leidt niet tot het oordeel dat de band van eiser met Nederland sterker is dan de band met Duitsland.
Interstatelijk vertrouwensbeginsel en bescherming van de Duitse autoriteiten
7. Eiser voert aan dat hij in Duitsland geen adequate opvang heeft gekregen, maar er werd behandeld als een psychiatrisch patiënt. Hij moest bovendien op straat slapen. Volgens eiser stelt de staatssecretaris zich ten onrechte op het standpunt dat eiser zich voor hulp of bescherming kan wenden tot de Duitse autoriteiten. Eiser stelt dat de autoriteiten hem juist onredelijk hebben behandeld door hem te detineren vanwege het ontbreken van een geldig vervoersbewijs.
8. Deze beroepsgrond slaagt niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris kunnen overwegen dat uit eisers verklaringen blijkt dat hij in Duitsland wel degelijk huisvesting en de mogelijkheid van opvang heeft gehad. Bij voorkomende problemen kan van eiser worden verwacht dat hij zich wendt tot de Duitse autoriteiten. De staatssecretaris heeft kunnen overwegen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Duitse autoriteiten hem niet willen of kunnen beschermen of helpen. De enkele stelling van eiser dat de Duitse autoriteiten hem hebben gedetineerd omdat hij geen vervoersbewijs had, is daartoe niet voldoende. Niet gebleken is dat eiser heeft geprobeerd om bescherming of hulp te krijgen van de Duitse autoriteiten.

Conclusie en gevolgen

9. De staatssecretaris heeft de aanvraag terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.C. Drenten - Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
2.Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijk en onterende behandeling of bestraffing