ECLI:NL:RBDHA:2024:8119
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens internationale bescherming in Duitsland
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende op 26 maart 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in Nederland in. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag op 17 april 2024 niet-ontvankelijk omdat uit Eurodac bleek dat eiser sinds 1 november 2016 internationale bescherming geniet in Duitsland.
De rechtbank behandelde het beroep op 16 mei 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde afwezig waren. De rechtbank oordeelde dat eiser niet heeft betwist dat hij in Duitsland bescherming geniet, maar stelde vast dat zijn argumenten dat de band met Nederland sterker is en dat hij in Duitsland slecht behandeld wordt onvoldoende onderbouwd zijn.
De rechtbank overwoog dat eiser sinds 2014 in Duitsland woonde en daar bescherming kreeg, en dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de Duitse autoriteiten hem niet kunnen of willen beschermen. De enkele stelling dat hij gedetineerd werd wegens het ontbreken van een vervoersbewijs is niet voldoende om de niet-ontvankelijkverklaring te weerleggen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij de proceskostenvergoeding af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag vanwege internationale bescherming in Duitsland.