ECLI:NL:RBDHA:2024:8128
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitstel van vertrek wegens medische situatie zonder schending hoorplicht of artikel 8 EVRM
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, met de Chinese nationaliteit, beriep zich op zijn medische situatie vanwege suikerziekte en hoge bloeddruk. Het BMA-advies concludeerde echter dat eiser in staat is te reizen en geen medische noodsituatie op korte termijn te verwachten is.
Eiser stelde dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen van hem, mede vanwege zijn medische problemen en taalbarrière, en dat onvoldoende is getoetst aan artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat het horen niet verplicht was omdat de gronden van bezwaar redelijkerwijs niet tot een ander besluit konden leiden en dat verweerder terecht geen inhoudelijke medische stukken had ontvangen die het BMA-advies betwistten.
Verder achtte de rechtbank het niet noodzakelijk dat verweerder het terugkeerbesluit heroverwoog op grond van artikel 8 EVRM Pro, omdat eiser onvoldoende onderbouwing gaf voor een mantelzorgrelatie of een beschermde arts-patiëntband.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter Griffioen op 15 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.