Uitspraak
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Russische vrouw geboren in 1944, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om samen te wonen met haar dochter en kleindochter, op grond van artikel 8 EVRM Pro dat het recht op gezinsleven beschermt. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat er geen sprake zou zijn van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar dochter, noch tussen eiseres en haar kleindochter.
Eiseres betoogde dat zij financieel en praktisch afhankelijk is van haar dochter, mede doordat haar bankrekeningen geblokkeerd zijn vanwege Europese sancties en zij geen familie in Rusland heeft die voor haar kan zorgen. De staatssecretaris stelde echter dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat zij daadwerkelijk afhankelijk is van haar dochter en dat de banden met Rusland sterker zijn dan die met Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn en dat daarom geen gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro bestaat. Hierdoor was een belangenafweging niet meer vereist. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van connexiteit.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.