ECLI:NL:RBDHA:2024:8141

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 mei 2024
Publicatiedatum
28 mei 2024
Zaaknummer
NL23.37647
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 6:20 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij niet tijdig beslissen in vreemdelingenzaak

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zij niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming. Nadat verweerder niet tijdig had beslist op het bezwaar, stelde eiseres beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder nam vervolgens alsnog een besluit op 21 december 2023, waarna eiseres ook tegen dit besluit apart beroep instelde.

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat het belang van eiseres is komen te vervallen door het alsnog genomen besluit. De rechtbank wijst erop dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen mede betrekking heeft op het alsnog genomen besluit, tenzij dit het beroep geheel tegemoetkomt.

Verder veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiseres, begroot op € 437,50, omdat de zaak van licht gewicht is en het alleen ging om de vraag of de beslistermijn was verstreken. De inhoudelijke beoordeling van het besluit van 21 december 2023 en het daarop gerichte beroep zal in een aparte uitspraak plaatsvinden.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.37647

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres/verzoekster], V-nummer: [V-nummer], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)

(gemachtigde: mr. H.M.A. Breuls),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Met het besluit (primaire besluit) van 31 oktober 2022 heeft verweerder meegedeeld dat eiseres niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn. Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar ingediend.
Eiseres heeft op 30 november 2023 beroep ingesteld [1] tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op het bezwaar.
Met het bestreden besluit van 21 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder op het bezwaar van eiseres beslist en is hij bij het primaire besluit gebleven
Op 31 december 2023 heeft eiseres apart beroep [2] ingesteld tegen het besluit van 21 december 2023. Ook heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening [3] ingediend.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat in het kader van de leesbaarheid hieronder apart in op wat eiseres heeft aangevoerd over het beroep tegen het niet-tijdig beslissen en over het alsnog genomen besluit van 21 december 2023.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen
2. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.
3. Op grond van artikel 6:12, eerste lid, van de Awb is het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet aan een termijn gebonden. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan het beroepschrift worden ingediend zodra:
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij brief van 9 januari 2023 aan eiseres heeft laten weten de beslistermijn op 16 februari 2023 zou verstrijken en dat eiseres verweerder bij brief van 14 april 2023 in gebreke heeft gesteld. Hierna zijn meer dan twee weken verstreken voordat eiseres op 30 november 2023 beroep heeft ingesteld. De rechtbank stelt ook vast dat verweerder bij besluit van 21 december 2023 alsnog op de aanvraag van eiseres heeft beslist.
5. In reactie op het door verweerder genomen besluit van 21 december 2023 heeft eiseres daar apart beroep tegen ingesteld.
6. Nu verweerder op de aanvraag van eiseres heeft beslist, is haar belang bij een beoordeling van haar beroep tegen het niet-tijdig beslissen op haar bezwaar komen te vervallen. [4] Het beroep voor zover dat gericht is tegen het niet-tijdig beslissen is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. De rechtbank ziet wel aanleiding te beoordelen om verweerder veroordeelt dient te worden in de proceskosten van eiseres. Gelet op wat is overwogen onder 4 is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn begroot op € 437,50,- [5] als kosten van verleende rechtsbijstand. [6] De rechtbank is van oordeel dat deze zaak van licht gewicht is, omdat het alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is verstreken.
Het beroep tegen het alsnog genomen besluit
8. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt.
9. Eiseres heeft niet aan de rechtbank laten weten dat zij zich niet kan verenigen met het door verweerder genomen besluit. Dit blijkt echter wel uit het gegeven dat eiser tegen het besluit van 21 december 2023 afzonderlijk beroep heeft ingesteld en verzocht heeft om een voorlopige voorziening. De rechtbank beoordeelt de door eiseres in die beroepszaak ingediende gronden en het verzoek om een voorlopige voorziening daarom in een aparte uitspraak. [7]

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep met zaaknummer NL23.37647 kennelijk niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.NL23.37647.
2.NL23.40773
3.NL23.40774.
4.Op grond van artikel 6:20, derde lid, Awb.
5.1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 0,5.
6.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
7.NL23.40773 en NL23.40774 (nog niet gepubliceerd).