ECLI:NL:RBDHA:2024:8149

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 mei 2024
Publicatiedatum
29 mei 2024
Zaaknummer
NL23.35851
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 42 VreemdelingenwetArt. 28 Vreemdelingenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag

Verzoeker diende op 7 juli 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland vroeg op 24 augustus 2022 Oostenrijk om verzoeker terug te nemen op grond van de Dublinverordening, maar dit verzoek werd op 7 september 2022 afgewezen. Vervolgens werd verzoeker op 8 september 2022 toegelaten tot de nationale procedure.

De wettelijke beslistermijn van zes maanden op de aanvraag liep in principe tot 8 maart 2023. Echter, met de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 op 27 september 2022 werd deze termijn met negen maanden verlengd, wat door de rechtbank als rechtsgeldig werd beoordeeld. Hierdoor was de ingebrekestelling van verzoeker op 13 oktober 2023 prematuur en het beroep niet-ontvankelijk.

Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen door de staatssecretaris, zoals vereist voor een proceskostenveroordeling volgens artikel 8:75a Awb. Daarom wees de rechtbank het verzoek af als kennelijk ongegrond.

Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.35851

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 14 november 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 7 juli 2022.
De staatssecretaris heeft op 12 februari 2024 een besluit genomen op de aanvraag.
Verzoeker heeft op 14 februari 2024 het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om de staatssecretaris te veroordeling tot vergoeding van de proceskosten.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Verzoeker heeft op 7 juli 2022 een asielaanvraag in Nederland ingediend. Op 24 augustus 2022 heeft Nederland aan Oostenrijk verzocht om verzoeker terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid en onder b van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening). Op 7 september 2022 is dit verzoek afgewezen. Bij brief van 8 september 2022 heeft de staatssecretaris verzoeker toegelaten tot de nationale procedure.
4. Ingevolge artikel 42, eerste lid van de Vreemdelingenwet (Vw), voor zover hier van belang, wordt op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van Pro deze wet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag een beschikking gegeven. Als wordt onderzocht of een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag, vangt, op grond van artikel 42, zesde lid van de Vw, de termijn van zes maanden aan op het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
5. Verzoeker heeft de aanvraag ingediend op 7 juli 2022. Op 8 september 2022 is Nederland verantwoordelijk geworden voor de behandeling van de asielaanvraag. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van verzoeker op 8 maart 2023 eindigen. De staatssecretaris heeft echter, met inwerkingtreding van het WBV 2022/22, de beslistermijn van asielaanvragen die nog niet waren verstreken op 27 september 2022 met negen maanden verlengd. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft in de uitspraak van haar meervoudige kamer van 26 april 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:6050) geoordeeld dat de staatssecretaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat op het moment van de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 sprake was van een situatie, zoals bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. De rechtbank ziet geen aanleiding om in deze zaak van dat oordeel af te wijken. De verlenging van de beslistermijn is daarom rechtsgeldig. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn ten tijde van de ingebrekestelling nog niet was verstreken. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 13 oktober 2023 prematuur was ingediend, hetgeen zou hebben geleid tot een niet-ontvankelijk beroep.
6. Nu er geen sprake is van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoekster in de zin van artikel 8:75a van de Awb. De rechtbank wijst het verzoek af als kennelijk ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.