ECLI:NL:RBDHA:2024:8149
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker diende op 7 juli 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Nederland vroeg op 24 augustus 2022 Oostenrijk om verzoeker terug te nemen op grond van de Dublinverordening, maar dit verzoek werd op 7 september 2022 afgewezen. Vervolgens werd verzoeker op 8 september 2022 toegelaten tot de nationale procedure.
De wettelijke beslistermijn van zes maanden op de aanvraag liep in principe tot 8 maart 2023. Echter, met de inwerkingtreding van het WBV 2022/22 op 27 september 2022 werd deze termijn met negen maanden verlengd, wat door de rechtbank als rechtsgeldig werd beoordeeld. Hierdoor was de ingebrekestelling van verzoeker op 13 oktober 2023 prematuur en het beroep niet-ontvankelijk.
Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen door de staatssecretaris, zoals vereist voor een proceskostenveroordeling volgens artikel 8:75a Awb. Daarom wees de rechtbank het verzoek af als kennelijk ongegrond.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.