ECLI:NL:RBDHA:2024:8168
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na herziening en intrekking
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag tot herziening en terugvordering van bijstand over de periode van 7 april 2015 tot en met 2 december 2020. Het college had eerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard, waarna de rechtbank in juni 2023 het bezwaar deels vernietigde en het college opdroeg een nieuw besluit te nemen.
In het bestreden besluit van 14 augustus 2023 verklaarde het college het bezwaar gegrond en stelde het terugvorderingsbedrag vast op € 24.713,99. Eiser stelde dat de terugvorderingsperiode ten onrechte was verlengd tot 31 december 2020, terwijl de bijstand na 2 december 2020 was ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat de terugvorderingsperiode niet was verlengd en dat sprake was van een kennelijke verschrijving in de tabel in het besluit. De terugvordering loopt correct tot en met 2 december 2020. Het beroep van eiser is daarom ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter M. van Paridon op 4 juni 2024 en is openbaar. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid van hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.