ECLI:NL:RBDHA:2024:818
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Portugal
Verzoeker, van Jemenitische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublin-verordening, omdat Portugal verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van het asielverzoek.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een soortgelijke zaak op 18 januari 2024 in Groningen, waarbij ook de gemachtigden en een tolk aanwezig waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat, gezien de uitspraak in de gerelateerde zaak NL23.35595, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat een voorlopige voorziening niet langer nodig is.