ECLI:NL:RBDHA:2024:8208
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestuurlijke maatregel vervroegd sluitingsuur na overtredingen horecatijden
Eiseres, exploitant van een horecagelegenheid, kreeg een bestuurlijke sanctie opgelegd door de burgemeester van Leiden: een vervroegd sluitingsuur van 00.00 uur in plaats van 2.00 uur gedurende drie weken. Dit volgde op twintig overtredingen van toegestane binnenkomsttijden verdeeld over twee nachten in mei 2022. Eiseres voerde aan dat de maatregel disproportioneel was, dat eerst een waarschuwing had moeten worden gegeven, en dat de inzet van cameratoezicht onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat artikel 19 van Pro het horecasanctiebeleid meerdere overtredingen binnen zes maanden vereist, wat hier het geval was, ook al betrof het dezelfde overtreding meerdere keren. De burgemeester was daarom bevoegd om de maatregel op te leggen. De inzet van cameratoezicht was een tijdelijke bevoegdheid van de politie en niet onrechtmatig.
De rechtbank vond de vervroegde sluiting noodzakelijk gezien de ernst en omvang van de overtredingen en de eerdere overlastmeldingen en gesprekken zonder verbetering. De maatregel werd als evenwichtig beoordeeld, waarbij de persoonlijke omstandigheden van eiseres en de financiële gevolgen werden meegewogen, maar onvoldoende om de maatregel te verwerpen.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het griffierecht werd niet teruggegeven en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vervroegde sluiting van het horecabedrijf wordt ongegrond verklaard.