ECLI:NL:RBDHA:2024:8218
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker heeft op 4 maart 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 oktober 2022. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris bij besluit van 13 maart 2024 alsnog de asielaanvraag ingewilligd, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en een vergoeding van proceskosten heeft gevorderd.
De rechtbank heeft de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan verzoeker de bestuursrechter het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen en verklaart het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond. De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een puntentoekenning van 1 punt à € 875,- met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van deze proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 29 mei 2024.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker.