ECLI:NL:RBDHA:2024:8233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring asielaanvraag wegens bescherming in Duitsland
Eiseres diende op 1 februari 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag op 9 april 2024 niet-ontvankelijk omdat eiseres internationale bescherming geniet in Duitsland. De rechtbank besloot de zaak zonder zitting te behandelen omdat partijen geen zitting wensten.
De rechtbank overweegt dat een asielaanvraag niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de vreemdeling internationale bescherming geniet in een andere EU-lidstaat, tenzij sprake is van een reëel risico op ernstige schade. Eiseres stelde dat zij bij terugkeer naar Duitsland vreest voor haar leven vanwege eerwraak door haar familie, maar heeft geen concrete aanwijzingen gegeven dat de Duitse autoriteiten haar geen bescherming kunnen bieden.
De rechtbank stelt vast dat de Duitse autoriteiten hun internationale verplichtingen nakomen en dat eiseres geen bewijs heeft geleverd dat zij geen effectieve bescherming kan inroepen. Het feit dat eiseres zich veiliger voelt in Nederland is onvoldoende om de niet-ontvankelijkverklaring te doorbreken. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening faalt omdat er geen sprake is van een overdracht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag bevestigd.