Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Somalische vrouw geboren in 2002, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is gebaseerd op artikel 12, vierde lid, van de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van haar aanvraag. Dit volgt uit het feit dat zij in het bezit was van een visum afgegeven door de Franse autoriteiten, geldig van 13 september 2023 tot 11 maart 2024, en Frankrijk het verzoek tot overname heeft aanvaard.
Eiseres betoogt dat zij niet op de hoogte was van het visum en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Frankrijk niet langer geldt vanwege een tekort aan opvangplekken, zoals beschreven in het AIDA-rapport van mei 2023. Tevens stelt zij dat de staatssecretaris op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening de aanvraag aan zich had moeten trekken vanwege haar kwetsbare situatie als jonge getraumatiseerde vrouw.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt voor Frankrijk en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Frankrijk zijn verplichtingen niet nakomt. De enkele stelling dat zij niet op de hoogte was van het visum leidt niet tot een ander oordeel. Ook de niet onderbouwde stelling over haar kwetsbaarheid is onvoldoende om de aanvraag aan zich te trekken. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.