ECLI:NL:RBDHA:2024:8248

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 mei 2024
Publicatiedatum
30 mei 2024
Zaaknummer
AWB 23/11769
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.M. Emaus-Visschers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:24 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken besluit en machtiging in vreemdelingenzaak

In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen een maatregel van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) van 28 juli 2023. De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dat niet noodzakelijk werd geacht.

De rechtbank stelt vast dat het beroepschrift niet-ontvankelijk is omdat eiseres niet heeft voldaan aan de verplichting om een kopie van het bestreden besluit en een schriftelijke machtiging te overleggen. Ondanks een eerste verzoek op 11 oktober 2023 en een herhaald verzoek op 17 januari 2024 heeft eiseres deze stukken niet binnen de gestelde termijnen aangeleverd.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Emaus-Visschers en griffier R. Kloppers op 23 mei 2024. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het bestreden besluit en de schriftelijke machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/11769

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 mei 2024 in de zaak tussen

[eiseres], v-nummer [nummer], eiseres

(gemachtigde: [naam gemachtigde]),
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de maatregel van 28 juli 2023 die krachtens het Reglement Onthoudingen en Verstrekkingen (ROV) aan haar is opgelegd.
1.1.
Het COa heeft op 23 januari 2024, op 5 februari 2024 en op 26 februari 2024 op het beroep van eiseres gereageerd.
1.2.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3. Bij het indienen van een beroepschrift moet de indiener een kopie van het bestreden besluit overleggen [2] en kan de rechtbank van de gemachtigde die het beroepschrift heeft ingediend een schriftelijke machtiging verlangen. [3] Ontbreken deze, dan kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank moet dan wel eerst de indiener in de gelegenheid hebben gesteld deze stukken alsnog toe te zenden. De rechtbank heeft (de gemachtigde van) eiseres op 11 oktober 2023 verzocht om het bestreden besluit en een schriftelijke machtiging binnen vier weken toe te zenden. Daarna heeft de rechtbank eiseres per brief van 17 januari 2024 nogmaals verzocht deze stukken binnen één week toe te zenden. De rechtbank heeft de stukken niet binnen de gestelde termijn, en ook niet daarna, van (de gemachtigde van) eiseres ontvangen.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Emaus-Visschers, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Kloppers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2024.
griffier
rechter
de griffier is niet in staat
deze uitspraak te ondertekenen
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk.
2.Dat staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb.
3.Dat staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.