ECLI:NL:RBDHA:2024:8252
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublin België
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, maar deze is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 7 mei 2024 samen met een gerelateerde zaak behandeld. Bij uitspraak van die dag in de hoofdzaak is het beroep behandeld, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier M.A.W.M. Engels op 8 mei 2024, en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep op de hoofdzaak is behandeld.