ECLI:NL:RBDHA:2024:8253

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 mei 2024
Publicatiedatum
30 mei 2024
Zaaknummer
NL24.17380
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbAlgemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 19 april 2024 waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en wijst dit af, mede omdat op het beroep zelf reeds uitspraak is gedaan in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL24.17379). Er is geen aanleiding om het besluit voorlopig te schorsen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen grond is voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.17380

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. P.A.E. Engelen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [1] uitspraak
zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij mondelinge uitspraak van 24 mei 2024, zaaknummer NL24.17379, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.