De rechtbank Den Haag behandelde een civiele zaak waarin eisers schadevergoeding vorderden van een makelaarsbedrijf wegens een te hoog opgegeven woonoppervlakte van een woning. De makelaar had de woning laten inmeten door een inmeter, die een meetstaat opstelde met een gebruiksoppervlakte van 220,8 m², terwijl de werkelijke oppervlakte circa 18,5 m² minder was. De makelaar had deze foutieve gegevens gebruikt in de verkoopbrochure en op Funda.
Eisers stelden dat zij door de onjuiste informatie schade hadden geleden, omdat zij op zoek waren naar een ruime woning voor hun samengestelde gezin. De rechtbank oordeelde dat de makelaar onrechtmatig had gehandeld door onjuiste woonoppervlakte te vermelden en dat het beroep op eigen schuld niet slaagde. De schade werd ex aequo et bono vastgesteld op €15.000, omdat het niet aannemelijk was dat eisers de woning niet zouden hebben gekocht, maar wel dat de prijs lager had kunnen zijn.
In de vrijwaringszaak vorderde de makelaar vergoeding van de schade van de inmeter. De rechtbank oordeelde dat de inmeter weliswaar een fout had gemaakt, maar dat een exoneratieclausule stilzwijgend was overeengekomen. Omdat er geen sprake was van opzettelijke afwijking van de meetinstructie, werd de vordering afgewezen.
De rechtbank veroordeelde de makelaar tot betaling van €15.000 schadevergoeding, vergoeding van kosten deskundige van €1.581,50 en proceskosten, en wees de vrijwaringsvordering af. Het vonnis werd gewezen door mr. J.J. Kuipers op 29 mei 2024.