Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Op 13 mei 2024 is eiser in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, met de Poolse nationaliteit, betwist deze maatregel en stelt tevens een verzoek om schadevergoeding in. De rechtbank heeft op 21 mei 2024 het beroep behandeld waarbij eiser is verschenen met gemachtigde en tolk.
De staatssecretaris baseert de bewaring op zware gronden uit het Vreemdelingenbesluit 2000, met name dat eiser zich aan toezicht onttrekt (3b) en niet voldoet aan de verplichting Nederland te verlaten na een besluit uit 2016 (3c). De rechtbank oordeelt dat deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn, ondanks een kleine onjuistheid over het tonen van identiteitsdocumenten.
Eiser voert aan dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend is in de uitzetting, maar de rechtbank stelt vast dat een vluchtakkoord voor 27 mei 2024 is ontvangen en dat de staatssecretaris tijdig actie heeft ondernomen. Ambtshalve toetsing wijst uit dat de bewaring niet onrechtmatig was gedurende de procedure. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.