ECLI:NL:RBDHA:2024:8313
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat andere lidstaten het asielproces conform het EVRM en het Vluchtelingenverdrag uitvoeren. Eiser stelde dat de Duitse autoriteiten in strijd met dit beginsel hebben gehandeld, onder meer door het opleggen van een inreisverbod zonder correct gehoor en het niet verstrekken van rechtsbijstand, maar heeft dit niet met objectieve stukken onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van structurele tekortkomingen in het Duitse asiel- en opvangsysteem die een reëel risico op schending van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie opleveren. Ook is geen reden om toepassing te geven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.