ECLI:NL:RBDHA:2024:8321
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens het Dublin-verdrag.
Tijdens de zitting op 27 mei 2024 was alleen de gemachtigde van de staatssecretaris aanwezig; eiser en zijn gemachtigde hadden zich afgemeld. De rechtbank stelde ambtshalve vast dat eiser sinds 16 mei 2024 met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer had met zijn gemachtigde.
Op grond van vaste rechtspraak betekent het vertrek zonder bekend verblijf dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland, tenzij anders blijkt. De rechtbank concludeerde dat het procesbelang van eiser was komen te vervallen en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank heeft de zaak niet inhoudelijk beoordeeld en wees een vergoeding van proceskosten aan eiser af. De uitspraak werd gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en griffier M.A. Postma.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.