ECLI:NL:RBDHA:2024:8323

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 mei 2024
Publicatiedatum
30 mei 2024
Zaaknummer
23.37664
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag met proceskostenvergoeding

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 6 augustus 2022. De staatssecretaris heeft op 28 december 2023 alsnog een besluit genomen waarin de asielaanvraag is ingewilligd. De rechtbank heeft eiseres verzocht te reageren op dit besluit, maar zij heeft geen reactie gegeven.

De rechtbank overweegt dat het beroep hierdoor zijn belang heeft verloren en dat het beroep niet-ontvankelijk is. Wel wordt erkend dat de staatssecretaris niet tijdig heeft beslist en dat eiseres een geldige ingebrekestelling heeft verstuurd. Daarom wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van een proceskostenvergoeding van €437,50.

De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars en griffier M.A. Postma, en is openbaar gemaakt op 30 mei 2024. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris is veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.37664

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

geboren op [geboortedatum],
van Syrische nationaliteit,
v-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. D. Aygur),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Eiseres heeft op 30 november 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 6 augustus 2022.
Bij besluit van 28 december 2023 heeft de staatssecretaris de asielaanvraag van eiseres ingewilligd.
De rechtbank heeft bij bericht van 29 december 2023 eiseres verzocht binnen twee weken de rechtbank te informeren of de inwilligende beslissing aanleiding is om het beroep in te trekken. Eiseres heeft desgevraagd geen reactie gegeven op het alsnog genomen besluit.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Nu de staatssecretaris reeds een besluit op de asielaanvraag van eiseres heeft genomen, heeft eiseres geen belang meer bij haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Omdat eiseres desgevraagd geen reactie heeft gegeven op het alsnog genomen besluit, moet het ervoor worden gehouden dat dit besluit geheel aan het beroep van eiseres tegemoet komt. Het beroep heeft daarom niet op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb, mede betrekking op het alsnog genomen besluit.
3. Het beroep is niet-ontvankelijk.
4. Eiseres krijgt wel een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Niet in geschil is namelijk dat de staatssecretaris niet tijdig op de asielaanvraag van eiseres heeft beslist, dat eiseres vervolgens een geldige ingebrekestelling heeft verstuurd en dat de staatssecretaris pas na het instellen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit een besluit heeft genomen. De staatssecretaris moet de proceskostenvergoeding betalen. Toegekend wordt € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,-, bij een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.