Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:83 lid 3 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Frankrijk
Verzoekster diende een aanvraag in op grond van artikel 64 vanPro de Vreemdelingenwet 2000, die door de staatssecretaris werd afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg tevens een voorlopige voorziening vanwege het spoedeisende karakter, omdat zij op 3 juni 2024 aan Frankrijk zou worden overgedragen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris zich niet verzet tegen het verzoek, mede omdat een BMA-advies is aangevraagd in de bezwaarprocedure. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen zonder openbare behandeling.
De rechter gebiedt de staatssecretaris zich te onthouden van uitzetting van verzoekster totdat op het bezwaar is beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van € 875,-.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden totdat op bezwaar is beslist.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.21158
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], verzoekster
(gemachtigde: mr. S.R. Nohar),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. M. Weerman).
Inleiding
Bij besluit van 17 mei 2024 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris de aanvraag om toepassing te geven aan artikel 64 vanPro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen.
Verzoekster heeft daartegen bezwaar gemaakt. Ook heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening gevraagd.
In verband met het spoedeisende karakter van dit verzoek om een voorlopige voorziening heeft een openbare behandeling van het verzoek niet plaatsgevonden.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe.
2. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Op 20 februari 2024 is de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag. Het daartegen ingestelde beroep heeft de rechtbank bij uitspraak 5 april 2024 ongegrond verklaard.
3. Verzoekster heeft op 23 april 2024 een aanvraag gedaan om toepassing te geven aan artikel 64 vanPro de Vreemdelingenwet 2000 (VW 2000).
4. Bij besluit van 17 mei 2024 heeft de staatssecretaris de aanvraag afgewezen.
Verzoekster heeft daartegen bezwaar gemaakt. Ook heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening gevraagd. Op 29 mei 2024 is namens verzoekster gevraagd om zo spoedig mogelijk een uitspraak te doen op het verzoek om een voorlopige voorziening, omdat de staatssecretaris voornemens is haar op 3 juni 2024 aan Frankrijk over te dragen.
5. Desgevraagd heeft de staatssecretaris op 30 mei 2024 een reactie aan de voorzieningenrechter doen toekomen. Verweerder ziet zich genoodzaakt om naar aanleiding van de door verzoekster overgelegde brief van de regiebehandelaar van eiseres een BMA-advies aan te vragen in de bezwaarprocedure van eiseres. Gelet hierop verzet verweerder zich niet tegen toewijzing van de voorlopige voorziening.
6. Omdat de staatssecretaris zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht worden beslist als hierna aangegeven.
7. Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de door de derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst het verzoek toe;
gebiedt verweerder om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoeker totdat op het bezwaar is beslist;
veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Buikema, griffier en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.