Uitspraak
Rechtbank den haag
[gedaagde 2]te [woonplaats] ,
Rechtbank Den Haag
In deze zaak vordert eiser dat gedaagden hem onbelemmerde toegang verlenen tot een voetpad over het perceel van gedaagden, waarmee eiser zijn woning achterom kan bereiken en verlaten. Hoewel het recht van overpad niet duidelijk bij notariële akte is gevestigd, is voldoende aannemelijk dat dit recht door verjaring is ontstaan, omdat eiser het pad al sinds 1983 onafgebroken heeft gebruikt.
Gedaagden hebben het voetpad afgesloten en beveiligd met een camera en een lamp met bewegingssensor. De rechtbank oordeelt dat de afsluiting onrechtmatig is en beveelt gedaagden binnen een week het pad te openen, met een dwangsom bij niet-nakoming. De camera en lamp zijn toegestaan omdat zij proportioneel en subsidiar zijn en geen onrechtmatige inbreuk maken op de privacy van eiser.
De rechtbank benadrukt dat het gebruik van het voetpad normaal moet zijn, zonder hinder van honden, en dat de beslissing voorlopig is totdat in een bodemprocedure definitief wordt beslist. Partijen dragen elk hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot onbelemmerde doorgang over het voetpad, maar mogen camera en bewegingslamp behouden.