ECLI:NL:RBDHA:2024:836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser, voormalig kioskmedewerker, vroeg na twee jaar wachttijd een WIA-uitkering aan, maar deze werd geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na een bezwaarprocedure handhaafde het UWV het besluit. Eiser voerde aan dat het onderzoek onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen, zoals het niet kunnen knielen, hurken en beperkte zit- en sta-capaciteit, en dat de geduide functies niet passend waren vanwege taal- en fysieke beperkingen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen die alle relevante medische informatie, inclusief aanvullend ingediende stukken, hadden meegenomen. De beperkingen van eiser waren adequaat in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) verwerkt. De arbeidsdeskundige concludeerde dat de functies textielproductenmaker, productiemedewerker industrie en assemblagemedewerker passend waren, waarbij de rechtbank de motivering over taalvereisten en fysieke belastbaarheid voldoende achtte.
De rechtbank verwierp de beroepsgronden van eiser en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter C.G. Meeder op 10 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.