ECLI:NL:RBDHA:2024:8390
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is volgens het Dublin-verdrag.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser op of omstreeks 8 april 2024 met onbekende bestemming is vertrokken en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem heeft en niet weet waar hij verblijft. Op grond van vaste rechtspraak wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder mededeling vertrekt geen prijs meer stelt op de bescherming en daardoor geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
De rechtbank concludeert dat eiser geen procesbelang meer heeft en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er wordt geen inhoudelijke beoordeling gegeven en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. van Waterschoot en openbaar gemaakt op 31 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.