ECLI:NL:RBDHA:2024:8393
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken belang
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek zonder zitting conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De voorzieningenrechter verwees naar een eerdere uitspraak waarin het aan het onderhavige verzoek verbonden beroep niet-ontvankelijk werd verklaard, omdat verzoeker met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer had met zijn gemachtigde. Hierdoor ontbrak het belang bij de beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening.
Op basis hiervan verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang.