ECLI:NL:RBDHA:2024:8404
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene wegens onvoldoende middelen en niet voldoen aan inburgeringsvereiste
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende persoon, heeft een aanvraag ingediend voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat eiser niet duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt en niet beschikt over een inburgeringsdiploma. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn onzekere verblijfplaats sinds 2015 geen inburgeringscursus kon volgen, maar sinds 2019 wel Nederlandse taallessen op A1 en A2 niveau heeft gevolgd. Verhuizing en financiële beperkingen belemmerden verdere deelname.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geconcludeerd dat een uitkering op grond van de Participatiewet sinds 1 juli 2021 niet als zelfstandig inkomen kan worden aangemerkt. Het eerdere dienstverband bij Burger King tussen 2017 en 2019 verandert hier niets aan. Daarnaast is vastgesteld dat eiser niet voldoet aan het inburgeringsvereiste en dat de staatssecretaris niet bevoegd is om vrijstelling te verlenen; dit is een taak van de Dienst Uitvoering Onderwijs.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de afwijzing van de aanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is op 24 mei 2024 in het openbaar gedaan door rechter M.M. Meijers.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen wordt ongegrond verklaard.