Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 mei 2024 in de zaak tussen
Hoogvliet B.V., te Bleiswijk, eiseres
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
[derde-partij], te [woonplaats], ex-werknemer,
Rechtbank Den Haag
Verweerder legde op 26 januari 2023 een administratieve loonsanctie op aan Hoogvliet B.V. omdat het re-integratieverslag niet tijdig en compleet was ingediend, met name ontbrak het plan van aanpak. Eiseres voerde aan dat zij haar verplichtingen had nageleefd en dat de verantwoordelijkheid voor het indienen van het verslag bij de ex-werknemer lag. De rechtbank overwoog dat de wettelijke grondslag voor de loonsanctie ontbrak omdat de aanvraag en het re-integratieverslag door de verzekerde (ex-werknemer) moeten worden ingediend.
De rechtbank stelde vast dat eiseres het plan van aanpak tijdig had opgesteld en aan de werknemer had verstrekt, hetgeen niet was betwist. Hoewel de werknemer later verklaarde het document kwijt te zijn, had hij op 3 januari 2023 aangegeven de aanvraag zelfstandig te willen indienen. De rechtbank concludeerde dat eiseres niet tekort was geschoten in haar verplichtingen en dat de loonsanctie daarom onterecht was opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tevens werd verweerder opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de administratieve loonsanctie omdat de werkgever niet verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van het re-integratieverslag.