ECLI:NL:RBDHA:2024:8442
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op reisaftrek zonder openbaar-vervoerverklaring of reisverklaring
Eiser werkte in 2020 bij twee werkgevers, A. BV en B. BV, en nam in zijn belastingaangifte een reisaftrek van €1.029 op. Verweerder weigerde deze aftrek omdat eiser volgens verstrekte informatie reiskostenvergoedingen ontving die de aftrek overschreden. Eiser stelde dat hij van B. BV geen reiskostenvergoeding had ontvangen en betwistte de weigering.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen recht heeft op reisaftrek omdat hij niet beschikt over een openbaar-vervoerverklaring of reisverklaring, een wettelijke vereiste volgens artikel 3.87 Wet IB 2001. Of daadwerkelijk een reiskostenvergoeding is ontvangen is in dat kader niet relevant. Eiser voerde geen aparte beroepsgronden aan tegen de belastingrente.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, maar veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser wegens het late wijzen op de verklaringplicht. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2024 door rechter S.E. Postema.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van reisaftrek wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een openbaar-vervoerverklaring of reisverklaring.