ECLI:NL:RBDHA:2024:8445
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs van schending artikel 3 EVRM in Gambiaanse gevangenis
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, diende in augustus 2021 een asielaanvraag in wegens vrees voor zware straf en onmenselijke behandeling na desertie en het kwijtraken van zijn dienstwapen tijdens zijn dienst in het Gambiaanse leger.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was dat de detentieomstandigheden in Gambia het minimumniveau van ernst (minimum level of severity) van een schending van artikel 3 EVRM Pro bereiken. De rechtbank bevestigt dit oordeel op basis van landenrapporten en jurisprudentie, waarbij wordt gewezen op basale voorzieningen in de gevangenissen en het optreden van de autoriteiten tegen mishandeling.
Ook de vrees voor paramilitaire groepering Junglers wordt niet aannemelijk geacht, mede gezien de gewijzigde politieke situatie. De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad zijn verhaal te doen en dat aanvullend horen niet noodzakelijk was.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens niet tijdig beslissen op het eerdere beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.