ECLI:NL:RBDHA:2024:8478
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na bodemuitspraak
Verzoeker, van Nicaraguaanse nationaliteit, had een aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 18 maart 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 1 mei 2024 samen met de bodemzaak (zaaknummer NL24.19029). Omdat de bodemzaak inmiddels is beslist, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af.
Wel veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €1.750,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand bij het verzoek om voorlopige voorziening.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.M. Schuiling en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.