ECLI:NL:RBDHA:2024:8482
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser diende op 5 november 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 5 december 2022 werd hij toegelaten tot de nationale procedure, wat de start van de beslistermijn markeert. De beslistermijn van zes maanden zou oorspronkelijk op 5 juni 2023 eindigen, maar werd door de staatssecretaris met negen maanden verlengd vanwege het inwerkingtreden van het WBV 2022/2, waardoor de beslistermijn op 5 maart 2024 eindigde.
Eiser stelde de staatssecretaris op 8 februari 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 28 februari 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat deze werd ingediend vóór het einde van de verlengde beslistermijn. Hierdoor voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank verklaarde het beroep dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 3 juni 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.