Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 juni 2024 in de zaak tussen
[eiser 6], uit [woonplaats] , eisers,
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de omgevingsvergunning voor het kappen van 14 platanen aan de [adres] in [plaats 1] centraal. Eisers betwisten het bestreden besluit van het college van burgemeester en wethouders van Gouda, dat het primaire besluit handhaafde om de bomen te kappen vanwege wortelopdruk en geplande werkzaamheden aan kabels, leidingen en riolering.
De rechtbank stelt vast dat de bomen in matige conditie verkeren met een levensverwachting van ten minste 15 jaar en dat de wortelopdruk in het verleden overlast veroorzaakte. Deskundigen bevestigen dat zonder bovengrondse groeiplaatsverruiming behoud van de bomen niet mogelijk is. Verweerder heeft de belangenafweging gemaakt waarbij het kappen van 14 bomen wordt gerechtvaardigd vanwege overlast en praktische bezwaren tegen groeiplaatsverruiming.
Echter, de rechtbank oordeelt dat de motivering omtrent de noodzaak van kap voor 13 van de 14 bomen onvoldoende is onderbouwd, omdat niet overtuigend is aangetoond dat de werkzaamheden aan het riool en kabels kap vereisen. Voor één boom is de kap gerechtvaardigd vanwege rioolwerkzaamheden. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit voor 13 bomen, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand zodat de bomen mogen worden gekapt. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, behoudens voor één boom; de bomen mogen worden gekapt.