ECLI:NL:RBDHA:2024:8496
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid België
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 31 mei 2024. Na beoordeling concludeerde de rechter dat gezien de uitspraak in de gerelateerde zaak een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Ook waren er geen andere omstandigheden die toewijzing van de voorlopige voorziening rechtvaardigden.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.