ECLI:NL:RBDHA:2024:8497

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 juni 2024
Publicatiedatum
3 juni 2024
Zaaknummer
NL24.16397
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:81 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenzaak toegewezen

Verzoekster, van Syrische nationaliteit, had bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek, welke op 11 april 2024 werd afgewezen. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar en verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om haar uitzetting te voorkomen tot de beslissing op het bezwaar is genomen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Verweerder stelde zich niet op het standpunt dat uitzetting mocht plaatsvinden zolang het bezwaar nog niet was beslist.

Gezien de instemming van partijen met het uitstel van uitzetting tot na de bezwaarbeslissing, wees de voorzieningenrechter het verzoek toe. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster. Een verdergaande voorziening werd niet noodzakelijk geacht.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet mogelijk is.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting is toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot de bezwaarbeslissing bekend is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.16397

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoekster,

geboren op [geboortedatum]
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1. Bij besluit van 11 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster van 8 februari 2024 om uitstel van vertrek met toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen.
1.1.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt verweerder tot vier weken na de beslissing op het bezwaarschrift te verbieden om haar over te dragen aan Bulgarije.
1.2.
Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen.

Overwegingen

2. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan - onder meer - indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Verweerder heeft op 29 mei 2024 laten weten dat hij zich niet verzet tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening, voorzover dit ziet op het niet uitzetten van verzoekster totdat er een beslissing is genomen op het bezwaarschrift.
4. Nu partijen het er over eens zijn dat van uitzetting van verzoekster behoort te worden afgezien, wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe en verbiedt hij de uitzetting van verzoekster tot de beslissing op het bezwaar bekend is gemaakt. Voor het treffen van een verderstrekkende voorlopige voorziening ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.
5. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt.
6. Omdat het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoekster een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt heeft een waarde van € 875,-) bij een wegingsfactor 1. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
-wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
-schorst het bestreden besluit en verbiedt verweerder verzoekster uit Nederland te verwijderen totdat de beslissing op het bezwaar bekend is gemaakt;
-draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- aan verzoekster te vergoeden;
-veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Aissa, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.