ECLI:NL:RBDHA:2024:8503

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 mei 2024
Publicatiedatum
4 juni 2024
Zaaknummer
AWB 23/11541
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve vervallenverklaring van uitspraak na intrekking beroep in vreemdelingenzaak

Verzoekster stelde op 2 oktober 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf nareis. Verweerder wees de aanvraag op 29 december 2023 af. Verzoekster trok vervolgens het beroep in met een brief van 11 april 2024 en verzocht om proceskostenvergoeding. De rechtbank wees op 18 april 2024 het verzoek tot proceskostenvergoeding toe.

De rechtbank constateerde echter dat zij op 18 april 2024 ten onrechte over het beroep had geoordeeld, terwijl het beroep op 12 april 2024 al was ingetrokken en de procedure daarmee was beëindigd. Dit vormde een ernstige, niet voor rectificatie vatbare fout die niet door een rechtsmiddel kon worden hersteld.

Daarom verklaarde de rechtbank de uitspraak van 18 april 2024 ambtshalve vervallen. Hierdoor vervalt ook de proceskostenveroordeling. De beslissing werd op 14 mei 2024 in het openbaar uitgesproken. Tegen deze vervallenverklaring staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de uitspraak van 18 april 2024 ambtshalve vervallen wegens intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/11541 – vervallen uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 mei 2024 in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.A. Krikke)
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Op 2 oktober 2023 is verzoekster in beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf nareis. Op 29 december 2023 heeft verweerder aan verzoekster laten weten haar aanvraag af te wijzen.
Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. Deze procedure is bij de rechtbank geregistreerd onder het zaaknummer AWB 23/11541.
Bij uitspraak van 18 april 2024 heeft de rechtbank het verzoek om vergoeding van de proceskosten toegewezen.

Overwegingen

1. De rechtbank kan een uitspraak die zij heeft gedaan ambtshalve vervallen verklaren. Een vervallenverklaring kan alleen in zeer bijzondere gevallen en als er geen wettelijke oplossing is. Deze buitenwettelijke beslissing dient niet om gebreken in de motivering van de uitspraak naar aanleiding van een schriftelijke reactie van één der partijen te repareren, maar uitsluitend tot herstel van een ernstige, niet voor rectificatie vatbare fout van de rechter die niet door het instellen van enig rechtsmiddel kan worden ondervangen. [1] De rechtbank vindt dat de uitspraak van 18 april 2024 in zaaknummer AWB 23/11541 vervallen moet worden verklaard. Dat legt zij hierna uit.
2. De rechtbank heeft geconstateerd dat verzoekster met een brief van 11 april 2024 haar verzoek heeft ingetrokken. Op 12 april 2024 heeft de rechtbank aan partijen bevestigd dat het beroep is ingetrokken en dat de beroepsprocedure daarmee is beëindigd. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 18 april 2024 evenwel geoordeeld over het beroep. Dit heeft zij dus evident onverplicht en ten onrechte gedaan. De rechtbank verklaart daarom de uitspraak van 18 april 2024 ambtshalve vervallen.
Conclusie en gevolgen
3. De rechtbank verklaart de uitspraak van 18 april 2024 in zaaknummer AWB 23/11541 ambtshalve vervallen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht van 18 april 2024 met zaaknummer AWB 23/11541 vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Khalloufi, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, van 2 september 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR2963.