ECLI:NL:RBDHA:2024:8529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens te late verzending mestmonsters door erkend intermediair
Eiseres, een erkend intermediair en transportbedrijf, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het niet tijdig versturen van 40 mestmonsters naar een erkend laboratorium. Verweerder paste een marge van vijf dagen toe op de wettelijke termijn, waardoor het boetebedrag werd verlaagd van € 4.800,- naar € 2.000,-. De rechtbank oordeelt dat verweerder bevoegd was de boete op te leggen en dat het legaliteitsbeginsel niet is geschonden. De rechtbank volgt de uitleg dat de verzenddatum het moment is waarop de mestmonsters aan de ophaalservice worden overgedragen.
De rechtbank wijst het beroep van eiseres af dat de overtreding haar niet kan worden verweten en dat de termijn met vijf werkdagen verlengd had moeten worden. Ook het betoog dat het te laat inleveren geen invloed heeft op de mestketen wordt verworpen. Het beroep op het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel faalt omdat de onderbouwing van de overtredingen voldoende is verstrekt en eiseres geen nadeel heeft ondervonden door het ontbreken van een hoorzitting voorafgaand aan het primaire besluit.
Verder wordt het beroep op matiging van de boete afgewezen omdat verweerder terecht een matigingspercentage van 50% toepaste gezien eerdere overtredingen. Het standpunt dat eerst een waarschuwing had moeten worden gegeven wordt verworpen omdat eiseres reeds eerder gewaarschuwd is. Ook het bezwaar tegen de ondertekening van de besluiten wordt niet gevolgd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de boete blijft staan en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van € 2.000,- wegens te late verzending van mestmonsters.