De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de duur van een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden. De minderjarige verblijft sinds mei 2023 bij Jeugdformaat, maar haar ontwikkeling is gestagneerd en zij vertoont ongrijpbaar gedrag, onvoldoende schoolbezoek en geen sociale contacten. Tevens is er sprake van taalverwerkingsproblemen en een verstoorde moeder-kindrelatie.
De moeder, belast met het ouderlijk gezag, stemde in met het verzoek. De kinderrechter stelde vast dat de moeder niet verscheen, maar wel correct was opgeroepen. Tijdens de zitting werd de minderjarige gehoord via een brief en haar situatie besproken.
De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is voldaan. Het belang van de minderjarige vereist dat een jeugdbeschermer de regie voert over diagnostiek, hulpverlening en het vinden van een passende vervolgplek. Ook dient het contact tussen moeder en kind te worden hersteld. De beschikking werd toegewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.