ECLI:NL:RBDHA:2024:8571
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat werd aangewezen.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een verwante zaak op 27 mei 2024 behandeld. Omdat in de bodemprocedure het bestreden besluit is vernietigd en verzoekster niet aan Frankrijk mag worden overgedragen, is een voorlopige voorziening niet langer nodig.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek af en veroordeelt de verweerder tot vergoeding van de door verzoekster gemaakte proceskosten, vastgesteld op € 875,00 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Een vergoeding voor het verschijnen ter zitting wordt niet toegekend omdat deze reeds in de beroepszaak is toegekend.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2024. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bestreden besluit is vernietigd in de bodemprocedure.