ECLI:NL:RBDHA:2024:8575
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van het asielverzoek op grond van de Dublinverordening.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tegelijkertijd is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter overweegt dat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.18148), waardoor de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, en is uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.