ECLI:NL:RBDHA:2024:8636
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waarna de rechtbank zonder zitting uitspraak doet.
De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toe wegens betalingsonmacht. De aanvraag werd ingediend op 22 juni 2023, met een beslistermijn van 90 dagen die door verweerder met drie maanden werd verlengd. De uiterste beslisdatum was 20 december 2023, maar verweerder heeft geen besluit genomen. Eiser stelde verweerder op 11 januari 2024 rechtsgeldig in gebreke en diende op 7 februari 2024 het beroep in, wat tijdig is.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn van twintig weken op, omdat het een bijzonder geval betreft. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. Verweerder heeft reeds €1.442 aan dwangsommen verbeurd. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €437,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een nadere beslistermijn van twintig weken op met dwangsommen en proceskostenveroordeling.